Vergelijk jezelf met wiskunde

Een baan vinden met filosofie

Filosofen zijn wiskundigen zonder aanzien

Zoals velen van jullie weten, lijken filosofie en wiskunde heel veel op elkaar (let op: ik heb het over academische wiskunde, hetgeen wat je op de universiteit krijgt, niet het rekenen van de middelbare school). Zowel filosofie als wiskunde bestaan grotendeels uit diep analytisch nadenken over abstrace zaken zonder enig praktisch nut. Bij filosofie gaat dit over conceptualisaties van Tijd of de Ander, bij wiskunde over de relatie tussen topologische structuren en algebra’s. Beiden gaan ze dus over abstracte structuren die niet of nauwelijks terug te vinden zijn in onze alledaagse werkelijkheid.

Maar, dwiskunde heeft sinds jaar en dag al een betere PR-afdeling dan filosofie. Want wiskundestudenten genieten veel aanzien. Wiskunde wordt gezien als moeilijk, technisch en bèta. Filosofie daarentegen wordt gezien als zweverig en nutteloos. Terwijl in werkelijkheid academische wiskunde natuurlijk ten minste zo zweverig en nutteloos is als filosofie, en filosofie net zo moeilijk, technisch en bèta is als wiskunde.

Het resultaat van deze PR-campagnes is voelbaar op de arbeidsmarkt: als wiskundige wil iedereen je hebben en als filosoof moet je knokken om ergens binnen te komen.

Filosofie lijkt op wiskunde

Gelukkig is er een simpele manier om deze milennia aan ongelijke PR recht te trekken: vergelijk je als filosoof zijnde met wiskundigen. Leg in je sollicitatiegesprek duidelijk uit dat filosofie eigenlijk heel veel lijkt op wiskunde om alle bovenstaande redenen. Als een recruiter je vraagt hoe filosofie bij deze baan aansluit, zeg dan bijvoorbeeld dit:

Goed dat je het vraagt, want er bestaan nogal wat misconcepties over filosofie, dat het zweverig is enzo. Filosofie is eigenlijk net als wiskunde: we leren analytisch nadenken over hele abstracte structuren. Bij wiskunde denken ze na over topologische structuren, bij filosofie denken we na over structuren zoals tijd, het goede en de werkelijkheid. Deze onderwerpen zijn inderdaad een beetje ‘zweverig’ omdat ze niet direct nuttig zijn in je alledaagse leven, maar het punt van filosofie of wiskunde is ook niet om direct nuttige zaken te leren. Het punt is om analytisch te leren nadenken. En we oefenen dit op abstracte, complexe zaken, omdat het heel moeilijk is om analytisch over dit soort zaken na te denken. En door te oefenen op moeilijke onderwerpen, kunnen we na onze studie heel gemakkelijk de simpelere concrete problemen uit de werkelijkheid analyseren.

Als je een verhaaltje zoals hierboven goed voorbereid, kun je het beeld dat je gesprekspartner van filosofie heeft omgooien. Wees wel nog bedacht op de volgende vragen:

  • Maar wiskunde is toch veel technischer dan filosofie?

Antwoord: nouja, wat is technisch? Als je bedoelt dat ze tijdens hun studie al leren om te programmeren, dan nee, want dat leren ze niet. Ze leren wel de juiste denkwijze om gemakkelijk te leren hoe je moet programmeren want programmeren is heel systematisch en stapsgewijs en je mag er geen kleine denkfoutjes bij maken, maar dat leren filosofen dus juist ook. Eigenlijk is het technische gedeelte van zowel filosofie en wiskunde de logica en het logische redeneren en dat hebben ze echt allebei.

  • Maar wiskundigen werken toch ook met getallen?

Antwoord: nee, dat is `wiskunde’ zoals je het op de middelbare school kreeg. Echte wiskundigen noemen dat ‘rekenen’. Wiskunde zoals je het op de universiteit krijgt, gaat over lettertjes die structuren representeren, daar komen geen cijfertjes meer aan te pas.

  • Maar wiskunde is toch wel makkelijker toe te passen dan filosofie?

Bepaalde takken was wiskunde laten zich goed toepassen, met name de statistiek. Maar dat is eigenlijk toegepaste wiskunde en binnen een studie wiskunde krijg je dat bijna niet, dat krijg je meer als je econometrie studeert. Wiskundigen houden ook niet van toegepaste wiskunde; dat vinden ze maar vies.